Ziekenhuis

Het was de week van de Grote Maaskant-prijs, waarover straks meer, maar natuurlijk stond ook vooral het ziekenhuis weer centraal. Veel afspraken moest ik afzeggen om met diverse betrokkenen te overleggen over de mogelijkheden en scenario’s van een doorstart van het ziekenhuis. Bottom line is dat wij nog steeds vasthouden aan ons standpunt dat er bij de doorstart een goede basis moet worden gelegd voor een toekomstbestendig ziekenhuis, waar je terecht kunt voor spoedeisende hulp, waar je ook terecht kunt voor behandelingen en ingrepen waarvoor je een paar dagen in het ziekenhuis moet verblijven en waar vrouwen veilig kunnen bevallen. Waarbij we er ook op blijven aandringen bij alle betrokkenen dat er snel duidelijkheid moet komen, voor werknemers, patiënten en inwoners uit de regio.

Woensdagochtend moest ik een afspraak voor de Werkgroep Lokale Rekenkamers afzeggen voor een extra ingelast overleg over het ziekenhuis. Verder had ik die dag diverse overleggen met betrekking tot brandweer- en politiezaken. En aan het eind van de dag werd ik samen met de burgemeester van Urk, Pieter van Maaren, en de wethouder zorg door de curatoren bijgepraat over  de stand van zaken van het ziekenhuis.

Donderdag had ik een aantal interne overleggen, onder andere over het ziekenhuis, en was ik ‘s avonds bij de installatie van Ruud van Bennekom, die nu burgemeester van Bunnik is. Ruud was sinds 2003 directeur bij het Genootschap van Burgemeesters (NGB). Als secretaris van het NGB was ik derhalve zijn werkgever. Als directeur van het NGB behartigde hij de belangen van alle burgemeesters in Nederland en in die zin kent hij het ambt dus al van haver tot gort. Leuk dat hij nu dus ook zelf voor het ‘eggie’ gaat, om bij zijn eigen woorden te blijven. De feestelijke installatie was overigens ook weer een gelegenheid om veel mensen te spreken over allerhande zaken die ons, en van mijn kant natuurlijk Lelystad in het bijzonder, bezighouden.

Vrijdag begon opnieuw met diverse overleggen, waarna ik mij richting Rotterdam moest begeven voor een bijzondere gelegenheid. Twaalf makers van Ruimte voor de Rivier: Roelof Bleker, Ingwer de Boer, Jos Dijkman, Jorien Douma, Regina Havinga, Nol Hooijmaijers, Robbert de Koning, Niko Poolen, David van Raalten, Dirk Sijmons, Gert Verzijl en ik kregen de Grote Maaskantprijs uitgereikt door de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb. Voorzitter van de jury was onze Nederlandse watergezant, Henk Ovink.

De Grote Maaskantprijs wordt tweejaarlijks toegekend aan één of meerdere personen die zich in bijzondere mate hebben onderscheiden op het terrein van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur door publicistische, onderwijs- en/of onderzoeksactiviteiten.

Als makers van dit project kregen wij de prijs “vanwege de wijze waarop wij invulling hebben gegeven aan een uniek samenwerkingsprogramma; een netwerk dat een veiliger land met een kwalitatief zeer hoogwaardige landschappelijke én stedelijke inrichting tot stand heeft gebracht”. Een mooie eer voor een prachtig project met veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. In Deventer was ik tijdens mijn wethouderschap verantwoordelijk voor Ruimte voor de Rivier. Maar ook als voorzitter van de VNG commissie water, een functie die ik tot kort vervulde, was ik nauw bij het project betrokken.

Tijdens deze bijeenkomst had ik onder anderen een goed gesprek gehad met architect Francine Houben, die in het kader van Nationaal Park Nieuwland bezig is met ideeën voor onder andere Lelystad.

Zaterdag mocht ik Sinterklaas officieel welkom heten in Lelystad. Met de boot kwam hij aan in Batavia Haven, waar hij werd verwelkomd door een kade vol met vrolijke, zwaaiende en zingende kinderen en volwassenen. Daarna ging de tocht verder naar het Stadshart, waar ook heel veel Lelystedelingen naar toe waren gekomen om een glimp van de Sint en zijn Pieten op te vangen. Zowel in de haven als in het Stadshart was het, mede dankzij de inzet van het Sinterklaascomité, de winkeliers van het Stadshart en heel veel vrijwilligers, net als voorgaande jaren een groot feest.

Ook bezocht ik zaterdag een carnavalsbijeenkomst in de MFA Zuiderzeewijk van carnavalsvereniging De Joon.

Zondag was er tijd voor privébezoeken en natuurlijk het gebruikelijke leeswerk.

Maandagochtend waren er diverse overleggen, onder andere over het over Interbestuurlijk Toezicht (IBT) met gedeputeerde Rijsberman. En maandagmiddag en -avond hadden we als college een mediatraining. Waarbij ik tussendoor veel gebeld werd over ontwikkelingen rondom het ziekenhuis.

Dinsdag was er college en had ik ’s middags in Den Haag een overleg over het ziekenhuis, waardoor ik verstek moest laten gaan bij het overleg tussen Gedeputeerde Staten van Flevoland en ons college.

Dinsdagavond was er raad en werd Jelle Hijmissen geïnstalleerd als nieuw raadslid voor het CDA. Hij neemt het stokje over van Hans Maris, die begin deze maand zijn zetel beschikbaar stelde nadat fractiegenoot Eric van Luxemburg besloot als eenmansfractie verder te gaan. Aansluitend was er ook een besloten raadsbijeenkomst waarin ik de raad o.a. bijpraatte over de stand van zaken rondom het ziekenhuis en we uiteraard ook ons standpunt bespraken ten aanzien van het nieuws dat de minister vlak voor aanvang van onze raad naar buiten had gebracht in een kamerbrief. Namelijk dat het St Jansdal heeft aangegeven vooralsnog alleen mogelijkheden te zien voor een doorstart van poliklinieken en een spoedpost in Lelystad. Uiteraard zijn wij daar als gemeentebestuur zeer teleurgesteld over.

Het is natuurlijk positief dat St Jansdal het ziekenhuis wil overnemen. Een deel van de zorg blijft daarmee behouden en het plan omvat ook de vestiging van een geboortekliniek in het ziekenhuis. Maar voor een stad als Lelystad die nog altijd in ontwikkeling is en de hoeveelheid inwoners die van dit ziekenhuis afhankelijk zijn, nu 180.000 maar met een nog altijd groeiende populatie, en gelet op de uitgestrektheid van de regio, is de aanwezigheid van een volwaardige spoedeisende hulp voorziening inclusief acute verloskunde ontzettend belangrijk.

Ik heb de laatste weken natuurlijk veel mensen die bij het ziekenhuis betrokkenen zijn gesproken en zij geven aan dat er geen belemmeringen zijn, ook niet als het gaat om personeel, om in Lelystad een voorziening met spoedeisende hulp arts en OK te realiseren. Maar dat dit voor acute verloskunde anders ligt. Daarom hebben we na de kamerbrief van dinsdag ook weer direct breed kenbaar gemaakt dat wij vasthouden aan ons standpunt en vinden dat St Jansdal en de zorgverzekeraar nogmaals moet kijken naar de mogelijkheden om een spoedeisende hulp voorziening met OK te realiseren en dat er naast de poliklinieken ook een beddenhuis voor kort verblijf behouden blijft. Én dat zij zich na de doorstart ook maximaal zullen inspannen om het ziekenhuis in de toekomst weer op te bouwen tot een ziekenhuis voor de regio, waar vrouwen ook voor acute verloskunde terecht kunnen. Zo lang dit niet gerealiseerd is, vinden we het natuurlijk ook ontzettend belangrijk dat er goede alternatieve maatregelen zijn getroffen, zodat vrouwen in de regio veilig kunnen bevallen.

Advertenties